| | Interim Intelligence |  | | Voor kennis van klanten en personeel |
|
|  |  |
Recruitment Directory, een Australische recruitment-consultant, heeft besloten om alle applicaties voor het plaatsen van vacatures op MySpace te verwijderen. Dit besluit is in overleg met klanten genomen omdat MySpace niet langer een waardevolle bron is voor goede kandidaten. Bovendien zou het gebruik van MySpace schadelijk zijn voor het employer brand.
Het staat er echt in de eerste paragraaf van het bericht. Begin 2009 was MySpace nog het grootste en bejubelde sociale netwerk ter wereld en nu is het verworden tot het lelijke eendje van sociaal netwerk-land. “Schadelijk voor je employer brand”. Dat zijn grote woorden.
Gelukkig zegt Recruitment Directory dat MySpace nog wel geschikt is voor het (zelf) zoeken van geschikte kandidaten. MySpace wordt ook een waardevol netwerk genoemd dat zeker niet zal verdwijnen. Maar de relevantie van het netwerk “fades away”. Om dit punt kracht bij te zetten worden de bezoekersstatistieken van MySpace afgezet tegen die van Facebook. En dat ziet er inderdaad dramatisch uit. Reus versus dwerg. Zoiets.
Zelf heb ik nooit een profiel gehad op MySpace. Maar 200 miljoen mensen hebben dat wel. En die waren niet gek. Het geeft maar weer eens de vluchtigheid van sociale media aan. Zo ben je de rising star en zo ben je de zielige underdog. Het geeft de noodzaak tot monitoring aan. Continu de vinger aan de pols houden. Voor je het weet ben je de laatste der Mohikanen op een sociaal netwerk.
MySpace – in Nederland overigens toch al niet echt veelgebruikt - valt af als wervingskanaal. Er staan echter genoeg sociale netwerken te trappelen om die rol over te nemen…
|
Gisteren heeft USG People bekend gemaakt dat het gaat snijden in haar merken. Belangrijkste slachtoffer van deze ingreep is Content, dat geïntegreerd wordt in Unique. Als ex-medewerker van Content (ik heb er ruim vijf jaar gewerkt, tot maart 2007) gaat me dit aan het hart. Voor het samenvoegen van de beide merken is twee jaar uitgetrokken. Pijn heelt met de tijd…
(Vroeg) Cyclische uitzendondernemingen hebben het zwaar te verduren tijdens een recessie. Zoals vaak in een recessie, is het aanpakken van kosten het eerste waaraan bedrijven denken. Dan ligt het voor de hand dat USG het uitgebreide palet aan merken en labels rationaliseert. Dat scheelt marketing- en communicatiekosten en wellicht kunnen vestigingen samengevoegd worden. Dat is een kostenreductie die de belegger vrolijk zal stemmen. Bovendien zal USG (Europees) moeten groeien om de concurrentie met uitzendreuzen als Adecco, Randstad en Manpower aan te gaan.
Echter, het integreren van Content in Unique levert pijn op. In Nederland is Content het (iets) sterkere merk dan Unique. Beiden richten zich op de bemiddeling van 'office-personeel'. Er zit dus wel logica in het samenvoegen van beide bedrijven. De combinatie is meteen marktleider op het gebied van bemiddeling van administratief personeel.
Natuurlijk is er bij de Content-medewerkers geschokt gereageerd op het nieuws van de samenvoeging. Maar ook bij de hotshots van Unique is niet gejuicht. Onder Unique medewerkers heerst zelfs een beetje angst voor het grotere Content, dat een uniek matchingsysteem heeft op basis van mentaliteit. Dat blijkt uit een rondgang onder wat Unique-vestigingen en de reacties online. Zo lees ik op recruitmentmatters de volgende reactie van een Unique-medewerker: “ik hoop van harte dat de open communicatie, platte organisatie-structuur en korte lijnen waar onze directie hard voor heeft geknokt, behouden kan blijven”. Daaruit blijkt dat er weinig kennis is van de organisatie Content, dat dezelfde organisatie-structuur en cultuur heeft als Unique. Die angst kan ik dus alvast wegnemen…
Unique en Content zullen het dus samen moeten gaan doen, onder leiding van de huidige Content-directeur Janine Peek. Die zal allereerst voor wederzijds begrip en kennis van elkaars cultuur moeten zorgen.
Laten we hopen dat USG met Content niet het kind met het badwater weggooit en dat goed is nagedacht over deze merk- en kapitaalvernietiging. USG zal wellicht hebben gekeken naar Randstad, dat Vedior heeft opgeslokt. Ook hier ging het om een gerenommeerde uitzender. Deze integratie ging zeker niet zonder slag of stoot. Het zakelijke Randstad versus het 'menselijke' Vedior, heeft vele Vedior-managers de kop gekost. Tussen Content en Unique zitten minder grote verschillen dan tussen voornoemde twee.
Met Content verdwijnt een oer-Hollands bedrijf, groot geworden door het ondernemerschap van Sylvia Toth en het sociaal-commerciële gezicht Mirjam Sijmons, van het toneel. Zonde.
Ik wens eenieder een soepele integratie en hoop dat de nieuwe combinatie een succesvolle plaats blijft innemen in uitzendland!
|
Cor Rietman schreef op Personeelslog afgelopen vrijdag het artikel "Overheid moet vernieuwen met langzittend personeel". Basis voor zijn artikel is de Arbeidsmarktmonitor Rijk 2009.
In deze Arbeidsmarktmonitor Rijk wordt geconstateerd dat de interne arbeidsmarkt van het Rijk een oppepper verdient om "verstarring van overheidspersoneel" te voorkomen. En dat is precies wat ik een week eerder al schreef in "Modernisering HR-beleid non-profit hard nodig". Alleen pleitte ik ervoor om ambtenaren regelmatig een functie in het bedrijfsleven te laten vervullen. De auteurs van de Arbeidsmarktmonitor willen dat de functieverblijfsduur gelimiteerd wordt om mobiliteit te bevorderen.
Niet te lang in dezelfde functie werkzaam zijn om vastroesten te voorkomen. Helemaal mee eens! Dat zou een stap in de goede richting zijn. Nog steeds ben ik van mening dat verandering van spijs, het enige tijd werkzaam zijn in het bedrijfsleven, voor een frisse wind kan zorgen. Maar, even flink schudden aan de boom kan geen kwaad als je je bedenkt dat 60% van de ambtenaren bij de Rijksoverheid langer dan 10 jaar voor dezelfde werkgever werkt.
Het draait allemaal om een mentaliteitsverandering. Daarvoor zijn vaak paardenmiddelen nodig. Bewustwording is in ieder geval een eerste stap....
|
Op het Harvard Business blog werd het artikel "Are you ready to manage five generations of workers?" als 'conversation starter' gebracht. En dat is het zeker! Nu mensen steeds langer (moeten) doorwerken wordt de kans steeds groter dat kleinkinderen en overgrootouders met elkaar gaan samenwerken.
En dat heeft gevolgen. Grote gevolgen. Kijk alleen maar eens in eigen omgeving, naar je ouders of naar je grootouders, of juist naar je kinderen. Zijn er verschillen in beleving, in cultuur, in de manier waarop met nieuwe technologie wordt omgegaan? Neem, om het even welk onderwerp, en bedenk wat voor (menings)verschillen in beleving er op tafel komen. Heel wat toch? En dat is dan in huiselijke kring. Op de werkvloer gaat dit fenomeen ook steeds meer spelen.
Een belangrijke constatering is dat de omvangrijke babyboomgeneratie - personen geboren tussen 1946 en 1964 - kleiner wordt als gevolg van (vervroegde) pensionering en uittreding. De Millennium-generatie, ook wel generatie Y (geboren tussen 1977 en 1997) begint nu actief te worden op de arbeidsmarkt. In 2015 zijn zij de grootste generatie op de werkvloer en overvleugelen ze de babyboomgeneratie, zoals ook onderstaand figuur ondubbelzinnig aantoont.

De Harvard-post pakt er nog een leuk voorbeeld bij om aan te tonen hoe de manier waarop we werken de afgelopen jaren (dramatisch) is gewijzigd. In 1986 - toen de jongste Babyboomers op de arbeidsmarkt kwamen - waren werknemers voor 75% afhankelijk van de kennis die in hun hoofd zat. De ontbrekende kennis was beschikbaar in documenten, zoals handboeken. In 2009 is slechts 10% noodzakelijke kennis in hoofden beschikbaar. De andere 90% moet uit een veelheid van steeds wisselende bronnen worden gehaald. Steeds vaker worden daarvoor sociale netwerken ingezet. Snel even een vraag stellen, gebruik maken van de verzamelde kennis van 'de crowd'.
Niet altijd komt er dan meteen (het juiste) antwoord. Vaak echter wordt je wel op het juiste spoor gezet waar of bij wie het juiste antwoord wel te vinden is. Of iemand uit het netwerk, raadpleegt weer haar of zijn netwerk. Uiteindelijk komt de benodigde kennis dan wel boven water.
Terug naar die generaties op de werkvloer. De generatie Y / Millennials zijn opgegroeid met sociale media. Weten niet beter. Slingeren heel makkelijk een vraag hun netwerk op Hyves, Facebook of Twitter in. Weten ook prima hun weg te vinden op het net, waar altijd informatie-overload op de loer ligt. Maar niet voor deze generatie, die heeft leren omgaan met die veelheid aan bronnen en info.
Hoe anders is dat voor de Babyboomers. Ze begeven zich inderdaad steeds meer op internet. Zijn ook zeker enthousiast over sociale media en de mogelijkheden die dit biedt. Maar het echt ademen en leven? Nee, dat zeker niet. Toch moeten zij sturing geven aan die nieuwe generatie op de werkvloer. Het liefst ook controle houden. Iets wat vrijwel zeker niet meer mogelijk is. Het afsluiten van sociale media - wat nu nog op grote schaal gebeurt - is, ook in het kader van werk efficiënt en goed doen, helemaal geen optie meer.
Voor recruiters verandert niet alleen het zoeken naar en het binden van potentiële medewerkers met behulp van sociale media. Ook functie-eisen veranderen. Kandidaten moeten met sociale media kunnen omgaan. Hoofd- van bijzaken kunnen scheiden. Communicatief vaardig zijn. Enzovoort.
Het feit dat straks vijf verschillende generaties op de werkvloer werkzaam zijn in combinatie met het veranderende karakter van werk en functies an sich, heeft grote gevolgen voor iedere organisatie en iedere afdeling. De Harvard-post sluit in dit verband af met vier prikkelende vragen, die ik jullie niet wil onthouden:
- sluit het employer brand (extern en intern) aan bij alle generaties op de werkvloer?
- zoek en vind je de nieuwe generatie werknemers op de juiste plaats? Heeft de organisatie een sociale media-recruitmentstrategie?
- zet je innovatie trainingsmogelijkheden in zoals games, simulaties, e-coaching, peer-to-peer-learning en informeel leren om leerprocessen binnen de organisatie te versnellen?
- Wordt het management voorbereidt op het managen van de generatie Y? Hebben managers de tools en vaardigheden om te communiceren met deze generatie?
Wat denken jullie? Zijn we klaar voor een werkvloer met vijf generaties?
|
Afgelopen week waren het de koppen met betrekking tot werk en HR in de non-profit die de aandacht trokken. Zo kopte HR praktijk "HR faalt bij de overheid: talent loopt weg" en ook over de arbeidsvoorwaarden in de zorg was veel te doen. En dat is zorgwekkend voor de BV Nederland. Een betrouwbare slagvaardige, misschien zelfs wel innovatieve, overheid is noodzakelijk. En zorg is min of meer een basisbehoefte.
Wat is er dan allemaal mis met het HR-beleid in de non-profit? Een bloemlezing van prof.dr. Robert Dur in zijn oratie Motiveren, belonen en presteren in de publieke sector: ondermaatse prestaties worden gedoogd, weinig inspirerend management en beloningen die niet in verhouding staan tot prestaties. Dan moet je wel heel intrinsiek gemotiveerd zijn en hart voor de publieke zaak hebben om te blijven zitten. In de zorg komen daar nog eens hoge werkdruk, beperkte doorgroeimogelijkheden en magere arbeidsvoorwaarden bij. Tja, niet een winnende pitch lijkt mij.
Toch willen er nog voldoende mensen in de non-profit werken. Maatschappelijk betrokken. Sociaal bewogen. Iets willen betekenen voor mens en maatschappij. Die intrinsieke motivatie maakt dat veel ambtenaren en zorgmedewerkers iedere dag weer klaarstaan om de hun toegewezen taak uit te voeren. Het merendeel met passie en kennis en kunde. Maar volgens prof. Dur is er dus ook een contingent ambtenaren dat niet naar behoren presteert. En daarmee wegkomt. Dat is fnuikend voor het imago van de overheid. Burgers ervaren dit 'falen' aan den lijve. Weer is een verhaal of 'die bureaucratische, disfunctionerende overheid' geboren.
Met als gevolg een vicieuze cirkel. Een imago dat te wensen overlaat, waardoor talentvolle professionals voor een carrière in het bedrijfsleven kiezen. Juist die professionals die voor een cultuuromslag zouden kunnen zorgen. Dus blijft de non-profit maar roeien met de intrinsiek gemotiveerden. Die bron droogt echter een keer op. En dan? Grote personeelsproblemen voor met name de zorg. Daar neemt de behoefte aan personeel als gevolg van de verdergaande vergrijzing alleen maar toe. De overheid mist innovatiekracht en klantgerichtheid.
Kern van het probleem is juist die intrinsieke motivatie. Die waterscheiding tussen non-profit en bedrijfsleven. Eenmaal een ambtenaar, altijd een ambtenaar lijkt het wel. Dus lange dienstverbanden en een lang carrièrepad. Juist dat maakt blasé. Altijd in min of meer dezelfde cultuur. Hoe kom je dan tot inspirerend management? Hoe kom je tot een 'afrekencultuur'? Verplicht ambtenaren na maximaal 7 jaar over te stappen naar het bedrijfsleven. Na enkele jaren mogen ze dan weer terugkomen. Met nieuwe kennis en inzichten, met frisse blik.
Daarnaast moeten arbeidsvoorwaarden worden geflexibiliseerd. Dat hoeft niet meer te kosten. De totale pot geld die staat voor arbeidsvoorwaarden bij zorg en overheid blijft gelijk. Alleen wordt veel meer naar individuele behoeften gekeken. Het cafetariamodel avant la lettre. Flexibiliseer ook het salaris. Beloning naar prestatie. Zo zorgen alleen al de veranderingen in arbeidsvoorwaarden voor een cultuurverandering en is de aansluiting met het bedrijfsleven gevonden.
Ik realiseer me dat ik de zoveelste roepende ben. Dat het allemaal niet zo makkelijk is. Soms hebben we gewoon wat radicalisme nodig. Al was het maar om de volgende fase in de evolutie van de werkende mens te kunnen ingaan en een (noodzakelijke) paradigmashift te bewerkstelligen.
|
We willen het graag in Nederland. Heel graag. Er moeten meer vrouwen in topfuncties terecht komen. Maar het gaat zo langzaam. Voor een groep van 200 topvrouwen de reden een Quota Manifest op te stellen en te ondertekenen. In dit manifest een oproep om wettelijk vast te leggen dat in 2014 40% van de topfuncties door vrouwen wordt ingevuld.
Naar Noors model, wordt eraan toegevoegd. In Noorwegen moeten beursgenoteerde ondernemingen aan de wettelijke verplichting 40% van de bestuursfuncties door vrouwen te laten invullen, voldoen. In Nederland zou het gaan om alle beursgenoteerde ondernemingen en (semi-)overheidsinstellingen.
De oproep is logisch. Ondanks allerlei commissies en goedwillende initiatieven is het percentage vrouwelijke leden van de Raad van Bestuur blijven steken onder de 10%. En dat terwijl vrouwen qua opleidingsniveau mannen voorbijstreven. Het aandeel vrouwen op universiteiten en Hogescholen overtreft dat van mannen. Ook de arbeidsparticipatie van vrouwen is de afgelopen jaren hard gestegen. Deze inhaalslagen vertalen zich echter niet in meer vrouwelijke topbestuurders.
Maar dan lees je een piepklein berichtje in de VKbanen en realiseer je je, dat de huidige situatie logisch is:
"Amerikaanse moeders die buitenshuis werken geven zichzelf een lager cijfer als ouder dan moeders die thuis zijn. Van de thuismoeders geeft 43% zichzelf een 9 of een 10. Van de buiten de deur werkende moeders geeft 33% zich dit cijfer. En slechts 13% van de fulltime werkenden zegt dat het hebben van een moeder met een voltijdbaan ideaal is voor een jong kind".
Met zulk soort berichten doe je de emancipatie geen goed. Moeders moeten thuisblijven! Of in ieder geval veel minder gaan werken. In Nederland heeft ruim tweederde van de vrouwen een parttime baan. Maar voor het old boys netwerk is dat vaak de bottleneck. Daar komt een vrouw in deeltijd niet tussen.
Zolang deze opvattingen, ook bij vrouwen zelf, leven is het vechten tegen de bierkaai. Ik herinner me ook het Nationaal Scholierenonderzoek van 10 jaar terug. Daarin werd kinderen uit groep 8 gevraagd hoe de (werkende) toekomst eruit zou zien. Vier op de tien jongens en een kwart van de meisjes vond dat de moeder thuisblijft als er kinderen komen en dat de man dan de kost verdient. Rolpatronen, diep ingesloten in de jonge menselijke psyche.
En in volwassen vorm dus weer eens herhaald in het artikel in de VKbanen. Moeten we ons troosten met het feit dat het Amerikaanse cijfers zijn? Ben bang van niet. Nog een legitieme vraag; waarom brengt VKbanen deze cijfers, zonder nuance? Waarom überhaupt deze Amerikaanse cijfers overnemen in het blad. Ten faveure van de emancipatie? Een gemiste kans. Die wet om meer vrouwelijke topbestuurders moet er komen. Het is een gedrocht. Zeker. Het beginsel bij gelijke geschiktheid zal ook moeten wijken. Het moet sowieso een vrouw zijn. Maar die sexe-bias moet uitgeroeid worden met wortel en tak. En dat kan dus niet goedschiks.
Ik zal zelf het goede voorbeeld geven. Vanavond vraag ik mijn vriendin of ze in mijn Raad van Bestuur komt. Die bestaat dan voor 100% uit (een) vrouw(en). Jammer dat ik niet beursgenoteerd ben....
|
Digitaal-Werven, een initiatief van Bas van de Haterd, onderzoekt jaarlijks de sollicitatie-ervaring die Nederlandse bedrijven bieden aan sollicitanten. Organisaties die mogelijk toekomstige medewerkers een meer dan gemiddelde sollicitatie-ervaring bieden worden genomineerd voor de Beste Digitale Sollicitatie-ervaring. Winnaars van de vorige twee edities waren Reed Business en Tennet.
Een goede sollicitatie-ervaring hangt niet alleen af van de wervingssite, maar ook van de reactie op een daadwerkelijke sollicitatie. En daar gaat het nog al eens mis. Zo reageerde ruim 30% van de 320 onderzochte organisaties helemaal niet op een sollicitatie.
Maar laten we eens focussen op organisaties die het wél goed doen. De genomineerden voor de Beste Digitale Sollicitatie Ervaring zijn: Quinity (de grote onbekende voor mij), Reed Business, Sogyo, TamTam, TenneT en Topdesk. De twee winnaars dus van de voorgaande edities, geflankeerd door vier ICT-bedrijven.
En dat laatste is opvallend. Toch? Waren ICT-bedrijven oververtegenwoordigd in de onderzoekspopulatie? Gaan ICT-bedrijven zorgvuldiger om met sollicitanten? Gecombineerd natuurlijk met het feit dat ze (zouden moeten) weten hoe ze een goeie site in elkaar moeten zetten…
ICT-bedrijven hebben de afgelopen jaren de krapte op de arbeidsmarkt gevoeld. En voor sommige specialistische functies kunnen ze nog steeds geen mensen krijgen. ICT-bedrijven hebben blijkbaar hard gewerkt om het vangnet strak aan te kunnen trekken. Ze hebben hun recruitmentprocessen geoptimaliseerd. Tenminste, zo lijkt het. Het kan natuurlijk ook gewoon toeval zijn…
|
Intermediair Content, sommigen zeggen uitzendbureau, maar dat dekt slechts gedeeltelijk de lading, heeft een nieuwe site. En omdat ik er toch ruim 5 jaar gewerkt heb (tot februari 2007) heb je daar toch net iets meer gevoel bij. Bovendien stuurde Content mij een prettige, gepersonaliseerde e-mail of ik eens naar de nieuwe site wilde kijken.
Uiteraard is deze site voor Content zeer belangrijk bij haar wervingsinspanningen. In het persbericht dat verspreid werd bij het livegaan van de site werd ook gerept over het inzetten van bijvoorbeeld sociale media, zoals LinkedIn en Twitter voor de werving van uitzendkrachten. En dan is de site toch de spil. Dé plek waar alle recruitmentinspanningen samenkomen. Onderaan de homepage wordt al de mogelijkheid geboden Content via Twitter te volgen. Content heeft ten opzichte van Tempo Team daarin wel een flinke inhaalslag te maken.
De site zelf heeft een opvallende vormgeving. Dat komt omdat uitzender Content ervoor gekozen heeft te werven én matchen op basis van het Mentality-model. Het Mentality-model is ontwikkeld door onderzoeksbureau Motivaction en deelt de Nederlandse bevolking in naar 8 milieus. De vormgeving van de site past bij de de milieus die het meest dominant zijn onder de kerndoelgroep van Content, office-personeel. Kosmopolieten, Opwaarts mobielen en Postmoderne hedonisten zijn oververtegenwoordigd onder de (wat jongere) office doelgroep van Content. En deze vormgeving moet juist hen aanspreken.
Content matcht ook écht op dit model. De cultuur van de organisatie die een vacature heeft, moet overeen komen met het milieu van de kandidaat. Immers, dat voorkomt vroegtijdig verloop en teleurstelling. Een uitzendkracht moet zich thuisvoelen bij een organisatie. En de organisatie moet op haar beurt een goed gevoel hebben bij de uitzendkracht.
De zoekfunctie (voor het zoeken van vacatures) staat centraal op de homepage van de intermediair. En zo hoort het ook. Gebruiksvriendelijkheid hoort voorop te staan. De uitgebreide zoekfunctie biedt vele mogelijkheden, waaronder zoeken op MentalityMatch. Dan moet je echter wel iemand zijn die vaker bij Content is geweest of zich uitgebreid verdiept heeft in de sectie met profielen (MentalityMatch). Prettig is ook dat je je kunt abonneren op een RSS-feed voor de zoekopdracht die je hebt gedaan. Marc Drees heeft al beschreven waaraan Content kan werken bij het verbeteren van het zoek- en sollicitatieproces.
De teksten vind ik helder. De site wekt vertrouwen door het 'great place to work logo' en de samenwerking met Unicef. Veel positiefs.
Wat ik persoonlijk minder vind, is het beeld boven 'de vouw' en het beeld onder de vouw. Het lijken twee aparte sites. Er zit niet echt een verbinding tussen. Onder de vouw lijkt het wel een grote footer met zoveel mogelijk keywords erin voor zoekmachine-optimalisatie.
Niettemin kan Content trots zijn op haar onderscheidende site. Het zoeken van vacatures - inderdaad daar waar het om draait - kan beter, maar de site is helder en overzichtelijk en past bij de keuzes die Content heeft gemaakt. En dat is consequent!
|
De livegang van werkenbijsite van Deloitte: je kon er deze week als recruiter of arbeidsmarktprofessional nauwelijks omheen. Een week voor het live gaan van de site was er al een sneak preview voor de bezoekers van het Recruiters United-event. En daarna bleef de buzz op met name Twitter aanhouden.
E-recruitment-manager Roos van Vugt en haar team hebben dat slim gedaan. Sowieso zijn de Deloitte-recruiters zeer actief op en met sociale media. Dit betekent zichtbaarheid voor Deloitte en zelfs een zekere aaibaarheidsfactor voor de Deloitte-recruiters. Het helpt ook zeker dat ze alle (recruitment-)bloggers en arbeidsmarktvorsers kennen.
Toen op 1 oktober de site live ging had Roos van Vugt het dan ook druk met het verwerken van alle input. Via Twitter kwamen tientallen felicitaties, meestal vergezeld van suggesties ter verbetering. De grote recruitmentblogs Recruitmentmatters, RecTec en HRlog kwamen snel met een (positieve) review van de site.
Het bijzondere aan deze site is de integratie van sociale media, zoals blogs en een twitterstream. Daarnaast biedt de site gewoon veel relevante informatie voor iedereen die een carrière in de accountancy of de consultancy ambieert. Voor meer interessante ‘features’ verwijs ik naar bovenstaande blogs.
Maar wat ik echt bijzonder vind? De aandacht die Deloitte en deze werkenbijsite in het bijzonder, krijgt. Deloitte loopt met haar recruitment ver voor andere organisaties uit. Sociale media zijn een integraal onderdeel van recruitment. En terecht. Veel organisaties beginnen nu pas enigszins dat besef te krijgen en Deloitte heeft er al (veel) ervaring in opgebouwd en het zelfs geïntegreerd in haar site. Maar die sociale media-aanwezigheid zorgt dus ook voor een enorme hoeveelheid publiciteit voor deze nieuwe site. Prima!
Onbetaalbaar is ook de (gratis) terugkoppeling die Deloitte krijgt. De vele suggesties via Twitter. De blogs die de site ‘knippen en scheren’. Bijna crowdsourcing. De werkenbijsite van Deloitte kan er op deze manier alleen maar beter op worden. En daarmee wordt de voorsprong op de (arbeidsmarkt-) concurrentie alleen maar groter. Gratis. Nou, niet gratis. Het kost tenslotte veel tijd en capaciteit. Maar dat wordt dus ruimschoots terugverdiend.
Voor veel organisaties zal de werkenbijsite van Deloitte een standaard worden. Een nastrevenswaardig voorbeeld. Maar wellicht zouden ze ook een voorbeeld kunnen nemen aan de sociale media PR. En dat begint met relaties bouwen en met een aantal missionarissen die enthousiast de social media recruitment inspanningen vorm geven….
|
| |
|