|
En hoewel dit versie 2010 is, betreffen de cijfers het jaar 2008. Da’s erg jammer, aangezien we alweer ruimschoots in 2010 leven. En er is in die tijd erg veel gebeurd (understatement). Vooral de ongekende economische terugval heeft veel invloed op het uitzendwezen (gehad). De eerste tekenen van herstel zijn er ook, volgens Adecco.
Wellicht dit rapport dan maar ongelezen in de (digitale) prullenbak gooien? Dat zou zonde zijn. Er staat immers voldoende interessants in dit rapport. En hoewel dus 2008 is het toch indrukwekkend te zien wat de wereldwijde omvang is van de industrie voor flexkrachten.
Eerste enkele cijfers (wereldwijd, 2008):
- 71.000 uitzendondernemingen, met samen 171.000 vestigingen waar in totaal 819.000 (interne) medewerkers werken
- Omzet 232 miljard euro. De tien grootste uitzenders ter wereld nemen hiervan 33% voor hun rekening
- Dagelijks 9,5 miljoen uitzendkrachten (omgerekend in FTE, in personen zijn het er dus miljoenen meer)
En in welk land vinden we dan de meeste uitzendondernemingen? De Verenigde Staten toch? Mis! Japan, met maar liefst 20.000 uitzendorganisaties opent het bal, gevolgd door de UK. Ook Duitsland telt meer uitzendondernemingen dan de VS.

Nederland staat met 3.280 uitzendbedrijven op plaats zes. Net achter Zuid Afrika en voor Tsjechië. Een redelijk verrassend rijtje vind ik. Als overigens naar het aantal uitzendvestigingen gekeken wordt, wurmt Frankrijk zich in de top 5 en stijgen de VS naar plaats 2. Bij de ruim 80.000 vestigingen in Japan komen ze echter niet in de buurt….In Italië is zijn er gemiddeld 37 uitzendvestigingen per uitzendonderneming. In Polen, is dat slechts 1,2. Een uitzendonderneming telt daar 1 vestiging.
Nederland is naar omzet gemeten het vijfde uitzendland ter wereld. 5% van de totale wereldwijde flexomzet wordt in Nederland omgezet. Japan en de VS nemen 21% voor hun rekening, de UK 15% en Frankrijk 9%. Maar het is dus niet verbazingwekkend dat de (van oorsprong) Nederlandse uitzenders Randstad en USG People tot de vier grootste flexleveranciers ter wereld behoren.
Als naar de penetratiegraad van uitzendarbeid wordt gekeken, het percentage uitzendkrachten van het totaal aantal werknemers, dan blijkt er nog enorme groei mogelijk. Landen met een hoge penetratiegraad, zoals de UK (4,1%) en Zuid Afrika (3,5%), laten zien dat er nog ruimte is. Het Europese gemiddelde komt uit op 1,7%. Nederland zit daar met 2% boven (dit is een internationaal gestandaardiseerd cijfer. In Nederland hanteren we een hoger percentage). Veel Oost Europese en Zuid-Europese landen zitten beduidend onder de 2%.
Karakteristieken Uitzendkrachten
Het rapport gaat tevens in op de karakteristieken van uitzendkrachten. Leuk om te zien hoe alleen al de verdeling man/vrouw totaal verschillend is per land. In Finland is bijvoorbeeld 66% van de uitzendkrachten vrouw, in Oostenrijk is dit met 20% de omgekeerde wereld. De man/vrouw verdeling is met name een weerspiegeling van de werkgelegenheidsverdeling naar sector. Veel werknemers in de zakelijke dienstverlening en de zorg betekent een hoger percentage vrouwelijke uitzendkrachten.
Meest verrassend is misschien wel de leeftijd van uitzendkrachten. In de VS is maar liefst eenderde van de flexkrachten ouder dan 45 jaar. Tweederde is ouder dan 31. Alleen Duitsland komt daarbij in de buurt. In Portugal is juist 60% van de uitzendkrachten jonger dan 25 jaar. Over het algemeen leeft het beeld dat uitzendkrachten jong zijn. Studenten of scholieren met een bijbaantje. Nu stijgt ook in Nederland al jaren de gemiddelde leeftijd van uitzendkrachten en steeds vaker worden ouderen als uitzendkracht ingezet. Maar de situatie in de VS mag als uitzonderlijk worden bestempeld.

In Japan is uitzendwerk voorbehouden aan personen met een middelbare- of hogere opleiding. 46% heeft een hogere opleiding genoten, 52% een middelbare opleiding. In Noorwegen is zelfs 49% hoger opgeleid. In Hongarije, Tsjechië en Spanje zijn het vooral de lager opgeleiden die een uitzendbaan hebben. Een schamele 5% is hoger opgeleid.
Kortom een rapport vol interessante cijfers over het internationale uitzendwezen, met heldere grafieken. Jammer is wel dat de cijfers 2008 betreffen. Voor wat betreft de karakteristieken van uitzendkrachten is dit echter niet zo erg en ook in de onderlinge verhoudingen tussen landen zal grosso modo niet heel veel veranderen.
Volgende week volgt deel 2 over de motieven van organisaties om uitzendkrachten in te zetten, met wederom grote internationale verschillen.
|